Ik ben zóóóó trots op jou!
ZIN IN MEER-experte Manon hunkerde als kind naar een complimentje van haar ouders en zette alles op alles om uiteindelijk... een povere ‘Goed zo’ los te krijgen. Je zou voor minder kampioen positieve bevestiging worden en je kinderen overladen met complimentjes, toch?
Toen ik kind was, gebeurde het niet vaak: een compliment van mijn ouders krijgen, was uiterst exceptioneel. Hooguit kreeg ik er eentje wanneer ik een goed rapport had. Maar dan moest het ook ERG goed zijn. Eigenlijk was het niet meer dan normaal dat ik altijd mijn best deed. Lief was. Meehielp. Luisterde. Gelukkig gold dat ook voor mijn broer en zus, en dus voelde ik me geen einzelgänger. Het gemopper staat me helaas sterker bij dan de complimenten. Die waren schaars en moest je verdienen.
Ik hunkerde ernaar. In mijn beleving deed ik ontzettend mijn best. Spande ik me enorm in. Zette ik alles op alles om lief en leuk gevonden te worden. In een artikel van een pedagoog lees ik waarom. “Complimenten geven een kind een enorm gevoel van waardering. Daardoor voelt het zich goed over zichzelf en krijgt het een positief zelfbeeld.” Aha! Dus daarom was ik vroeger zo onzeker! Ik kreeg hartkloppingen als ik een interviewkandidaat moest bellen toen ik mijn eerste stappen in de journalistiek zette. Voelde me krimpen tot maat XXXS tijdens een sollicitatiegesprek. En dacht altijd dat een leuke jongen niet naar mij maar naar het meisje achter me lachte. Pas toen ik de dertig gepasseerd was, kreeg ik het zelfvertrouwen dat bij me paste. Een beetje toch.
Met mijn eigen kinderen zou ik het héél anders aanpakken. En zo geschiedde. De eerste boertjes, hapjes, pasjes... Voor zowat alles sloeg ik hen met complimenten om de oren. Positieve bevestiging stond hoog op mijn agenda. “Wat knap!” “Wat kun jij dat goed!” “Wat ben je geweldig!” Toen mijn kinderen naar de kleuterschool gingen, was het niet anders: knutselwerkjes hadden een hoog kunstgehalte en voor hun vriendjes en vriendinnetjes waren ze de ideale speelkameraadjes. Idem op de basisschool. Rapporten werden en worden de hemel in geprezen. Sportprestaties hoog overgewaardeerd. En daarbij hoorden en horen natuurlijk de vele knuffels, kussen, ‘ik hou van jou’s’ en ‘ik zie je graag’s’. Mijn kinderen, verwend als ze zijn, zijn eraan gewend. “Jahaa mam, dat weten we nu wel.”
Overcompenseren noemen ze dat. Doorslaan naar de andere kant. Mijn kinderen opzadelen met dat deel dat ik te weinig kreeg. Ik vraag me af wat te veel complimenten met een kind doen, maar daar vind ik niks over terug in de tekst van de pedagoog. Wel wordt me duidelijk dat een goed compliment je kind leert welk gedrag gewaardeerd wordt en waarom. En dat het een heel positieve manier van opvoeden is. “Het beste is dat je kind tenminste tien complimenten op een dag krijgt”, zo lees ik in het artikel. Dat lijkt misschien veel, maar het aantal keren dat ik toch ook op mijn tweeling mopper en foeter wegens slecht luisteren, niet helpen en ruziën met elkaar, ligt wellicht nog iets hoger.
Wel interessant is de aanbeveling over de aard van de complimenten: geen grote pluimen bij bijzondere, in het oog springende prestaties, maar juist bij heel simpel, alledaags gedrag. Als ze lief zijn, rustig zitten te spelen, zonder mokken hun bord leegeten, hun huiswerk maken of op tijd thuis zijn. Mocht je denken dat al die gedragingen niet meer dan normaal zijn: uit onderzoek blijkt dat die kleine complimentjes dubbel zo effectief zijn als die grote uitbarsting als het mis gaat. Beter voor de sfeer thuis én je zult merken dat je kind erg positief reageert op die kleine complimentjes. Hoogste tijd om mijn complimententactiek te veranderen: less is more.
Manon
Manon is trotse mama van een tweeling van acht.
Schrijven is haar vak en haar creatieve uitlaatklep.
Maar meer nog houdt ze van haar family life. |
|